De kerstboom staat op zijn vertrouwde plek in de kamer. En eigenlijk is het alsof hij nooit is weggeweest. Alsof het heel gewoon is dat hij daar staat, met zijn eigen lichtjes erin en zijn waterbak met schroeven. En met een stuk touw dat aan hem is vastgemaakt en aan een spijkertje in de muur, dat daar ook het hele jaar door een nutteloos spijkertje hangt te wezen.
Een spijker alleen voor de boom, vanwege de kat die er vroeger weleens via de stam in klom en de hele boom omver kon laten vallen – maar nu niet meer, omdat hij achttien is en stram der dagen. En toch zetten we de boom uit gewoonte nog een beetje vast, met dat touw, voor je-weet-maar-nooit, want wie weet krijgt de oude…
