Ik was nog maar een kleuter, toen al de basis voor mijn ‘eeuwige lijnen’ werd gelegd. Mijn tweelingbroertje kreeg een banaan en een koekje en ik een appel en een mandarijntje, waarbij mijn moeder uitlegde dat mijn broertje te mager was en dus ‘iets extra's nodig had’ en dat ik mollig was en dus ‘een beetje minder moest eten’. Combineer dat met oude tantetjes die in mijn wangen knepen en mijn bolle koontjes prezen en voilà, een obsessie was geboren. Mijn moeder bedoelde het natuurlijk niet kwaad, maar goed kwam het nooit meer. Overigens, mijn broertje bleef graatmager, net als mijn vader. En ik bleef mollig, net als mijn moeder. In mijn puberteit kwam de motivatie om die ‘bolle wangetjes’ kwijt te raken uit mijzelf en de rest van mijn…
