“Wat mijn tante Geertruida, de zus van mijn vader, at mijn tante Geertruida, de zus van mijn vader, zo bijzonder maakt, is haar eigengereidheid. Als kind zag ik dat al. Ze woonde aan de andere kant van het land en mijn broertje en ik logeerden soms bij haar. Dan deden we andere dingen dan ik thuis deed. Ze gaf ons een schildersezel en penselen bijvoorbeeld. En ik hoefde dan nooit iets realistisch na te schilderen. Ze zei juist: ‘Maak er maar je eigen wereld van, van wat jij ziet.’
Ik kom uit een heel gelovig nest, waar je niet snel uitbreekt. Wie dat wel doet, neemt afscheid van veel meer dan de kerk, namelijk ook van familie en sociale kring. Daarom nemen veel mensen niet openlijk afstand, terwijl er achter…