“Mijn tweelingzusje verliezen is alsof ik mij sindsdien voortbeweeg op één been: je wordt er handiger in en bijna net zo snel als ieder ander, maar het blijft gehinkel. Hoewel ik pas zes was toen ze stierf, kan ik me heel veel van die tijd herinneren. Haar ziekte, samen in het ziekenhuisbed, Kitty aan de slangetjes en ik die haar hand vasthield. En ook de wanhoop van mijn ouders, het verdriet, hun bemoedigende lach naar mij, waarmee ze me hoopten gerust te stellen. Maar ik wist precies wat er gaande was.
Kitty stierf aan een zeldzame bloedziekte. Waarom zij ziek werd en ik niet is willekeur. Zij was de oudste van ons twee, welgeteld negentien minuten, en sindsdien in alles haantje de voorste gebleven. Ze sprak als eerste, liep als…
