“Het moment waarop ik Tom voor het allereerst zag, staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Dertien was ik, toen ik met mijn ouders in de zomer ging kamperen in Zeeland. We hadden de tent opgezet en ik liet me net op een klapstoeltje zakken, toen een jongen zijn hoofd uit de tent naast de onze stak. Als ik nu mijn ogen dichtdoe, kan ik dat gezicht nog zo uittekenen: een bos donkere krullen, prachtige bruine ogen, kuiltjes in zijn wangen en een brede glimlach. Het was de eerste, en enige keer, dat ik op slag, halsoverkop, op het allereerste gezicht, niet-meer-te-stoppen smoorverliefd werd. Ik was zó overdonderd dat ik met klapstoeltje en al achterover in het gras tuimelde. Daarna dook ik totaal van slag de tent in. Diezelfde avond…