Ramses II was als farao een charismatische figuur, een bouwer, die de troon besteeg in een tijd dat zijn land behoefte had aan iemand die met kop en schouders boven de middelmaat uitstak. De wortels van zijn opmerkelijke bewind reikten twee eeuwen terug, tot het bewind van Thoetmosis III, die een rijk vestigde dat van Palestina en Syrië in het noordoosten helemaal tot aan de vierde Nijlcataract in het zuiden liep. Die verworvenheid raakte echter in het slop onder het bewind van de raadselachtige Achnaton, die toestond dat de Hettieten, Egyptes aartsvijanden in het noorden, zuidwaarts oprukten.
De farao’s die na hem kwamen, onder wie Toetanchamon, probeerden het zelfvertrouwen van het land te herstellen. In 1295 v.C. ging de faraokroon over op Paramessoe, een generaal van niet-koninklijke afkomst die was…