“Dat een huwelijk hard werken is, vond ik een dooddoener. Liefde moest vanzelf komen, leek mij. Zodra er werk aan te pas kwam, was er iets mis. Dus toen mijn man Alwin en ik na acht jaar huwelijk op een dood spoor leken te zitten, was ik heel stellig: scheiden. De koek was op. Ik zag niet hoe het nog goed moest komen. We hadden mooie, eerste jaren gehad in onze relatie, maar waren daarna uit elkaar gegroeid. Er waren geen kinderen, we hoefden niemand verantwoording af te leggen, dus waarom trekken aan een dood paard? Alwin stelde nog relatietherapie voor, waarmee ik voor de lieve vrede instemde. De therapeute vroeg op een gegeven moment: ‘Weet je nog waarom jullie op elkaar vielen? En kun je dat gevoel nog terughalen?’…