“Het is al ruim veertig jaar geleden, maar ik zie het nog zo voor me. Ik stond met mijn vader op de kermis voor zo’n ouderwetse fruitmachine. Hij hield me een gulden voor. ‘Let op, ’ zei hij, en hij gooide de gulden in het apparaat. Hij drukte op een paar knoppen, de automaat maakte wat herrie, de wieltjes draaiden een paar keer rond, en toen bleef het stil. Mijn vader knikte tevreden. ‘Hup, weg geld.’ Hij keek me recht aan, en als mijn vader dat deed, dan wist je als kind dat het belangrijk was wat hij ging zeggen. ‘Gokken is geld weggooien.’ Verder maakte hij er geen woorden aan vuil, maar dat was ook niet nodig. Hij had zijn punt gemaakt, en wel zo duidelijk dat ik mijn…