ZATERDAG
Manon komt langs. Sinds ze weet dat ze zwanger is, hebben we meer contact dan ooit. Ik merk aan alles dat ze behoefte heeft aan mijn gezelschap, al is het me niet helemaal duidelijk waarom. Ik denk vooral om haar hart uit te storten. Ze vraagt niet om raad, ze verwacht nauwelijks antwoord, ze wil alleen de overvloed aan emoties kwijt. Ze praat sneller dan anders en ze springt van de hak op de tak. “Mam, het is zo fantastisch om te zien hoe gelukkig Boy is! Hij draagt me op handen en ik mag bij wijze van spreken nog geen ontbijtbord optillen, zo bang is hij dat er iets met mij gebeurt. Nou ja, niet met mij maar met de baby. En mam, had ik die babykleertjes maar…