ZATERDAG
Ik ben nog maar net thuis van Het Winkeltje als mijn mobiel overgaat. Han heeft al twee glazen vlierbessen-sap ingeschonken. We zitten in de tuin, en het laatste waaraan ik behoefte heb, is een telefoongesprek. “Ik zal het kort houden”, zeg ik tegen Han, die een gezicht trekt als ik naar binnen loop waar mijn mobieltje op tafel ligt. Het is Manon en ze is in alle staten, zodat het even duurt voordat ik erachter kom waar ze het nu eigenlijk over heeft. “Manon, ik begrijp er niets van, vertel het nog eens!” Ik hoor haar diep ademhalen. “Joris!”, zegt ze. “Hij is weg bij Jitske, omdat hij weer zo nodig verliefd moest worden op een ander. Joris wordt áltijd verliefd op een ander als het thuis even niet…