De papiergeur van het lege canvas voor haar op de ezel, doorsneden met het lijmachtige van de acrylverf, hing om haar heen, vertrouwd en vreemd tegelijk. Voor het eerst in twee jaar hield ze, onwennig, een kwast vast. Ze inhaleerde diep door haar neus, klaar om haar schilderlust te bevrijden uit de wurggreep van haar schuldgevoel. Alle zes stonden ze afwachtend – met een papieren bordje vol nopjes in de ene hand en een penseel in de andere – voor hun doeken. Sonja had benadrukt dat het niet belangrijk was wát je schilderde, áls je maar iets schilderde. Laat komen wat er komt. Om toch een beetje richting te geven mochten ze als groep een onderwerp bedenken. Het werd ‘het afscheid van de dierbare’. Daarbinnen complete vrijheid: een gevoel, een…