‘Ledigheid is de vijand van de ziel,’ waarschuwde de heilige Benedictus, die in 529 een van de belangrijkste kloosterorden van de kerk, de Benedictijnen, stichtte. Om die gevaarlijke ledigheid tegen te gaan, legde hij de dagindeling van werken, bidden en lezen nauwkeurig vast in zijn regels voor het kloosterleven, de Regula Benedicti.
‘Een of twee oudsten moeten in het klooster de ronde doen als de broeders aan het lezen zijn, en erop toezien dat geen lusteloze broeder zijn tijd doorbrengt met nietsdoen of praten in plaats van lezen,’ zo vermaande Benedictus.
Maar in de vroege middeleeuwen beschikten de kloosters niet over genoeg christelijke lectuur om aan de regel te kunnen voldoen. Daarom lazen ze ook overgeleverde werken uit onder meer het Romeinse Rijk. Boekrollen die stukgingen, werden gekopieerd. Op die…
