Bij oorlog kon Assyrië snel een leger van ruim 100.000 man op de been brengen. Elke compagnie had zijn eigen rol in de oorlog, en op reliëfs is te zien dat de Assyriërs boogschutters, slingeraars, zwaardvechters, ruiters en strijdwagens hadden.
De belangrijkste aanvalsmacht waren de boogschutters, die de vijand van afstand konden raken. Ze werden bijgestaan door slingeraars, die de vijanden van bovenaf bestookten en hen dwongen hun schild op te heffen, waardoor ze kwetsbaar werden voor pijlen. Vervolgens kwamen de Assyrische strijdwagens en cavalerie in actie. Ten slotte werd het voetvolk ingezet om het af te maken.
Een belangrijke eenheid vormden de baanbrekers, die bomen en struiken rooiden en bruggen bouwden. Ze werden ook ingezet bij belegeringen van versterkte steden. Baanbrekers bouwden schansen van hout, stenen en aarde, en…
