Om 00.25 uur pikte de marconist van het passagiersschip Carpathia het noodsignaal van de Titanic op. De Carpathia bevond zich 107 kilometer naar het zuidoosten, maar kapitein Arthur Rostron draaide onmiddellijk om.
Om 3.30 uur, ruim een uur na het zinken van de Titanic, zag Rostron de eerste reddingsboten, met overlevenden die met kranten en zakdoeken zwaaiden. Een half uur later waren de eerste overlevenden aan boord van de Carpathia, waar ze dekens, soep, warme dranken, cognac en medicijnen kregen. Het viel iedereen op hoe stil het was op het schip, ondanks alle hectiek. De overlevenden waren in shock.
‘Telkens als er een reddingsboot aankwam, ging ik kijken of mijn vader erin zat – dat was niet zo,’ vertelde Edith Haisman.
In vier uur tijd werden 706 overlevenden opgepikt. Slechts…