Uit het kassahokje van het tankstation komt hij tevoorschijn. Het is bijna een mannetje uit een film. Hij is oud, mager en lang, loopt krom en voorzichtig en er zit een klein brilletje op zijn neus. “Bonjour, bonjour. C’est une belle voiture, ah?”, klinkt het in vriendelijk Frans. Hij laat de small talk dan voor wat het is en komt direct met de hamvraag. “Combien chevaux?” Hoeveel pk heeft deze mooie witte Aston Martin? Mijn middelbareschool-Frans is net van afdoende niveau dat ik hem kan antwoorden. “Cinq-cents-dix”. Jawel, 510 pk. “Aaaaha, bon, bon …”, klinkt het bewonderend. Dan volgt er een hele riedel Waals-Frans die ik niet kan reproduceren, maar ik zie zijn wijzende vinger richting de weg en begrijp het woord Mercèdes dus deduceer ik dat hij mijn collega…