De radiatormascottes van René Lalique worden vaak in één adem genoemd met die van Rembrandt Bugatti, maar wanneer beide kunstenaars met elkaar worden vergeleken, gaan de gesprekken vrijwel nooit over hun persoonlijke vriendschap of de Elzas, waar ze allebei vandaan kwamen, laat staan over hun artistieke verwantschap. Vrijwel altijd gaat het over de almaar oplopende miljoenenbedragen die voor de bronzen sculpturen van Bugatti worden neergeteld, of over de radiatormascotte die Ettore Bugatti als eerbetoon aan zijn vroeg overleden jongste broer ontwierp, de heilige graal onder de radiatormascottes. De dansende olifant, gegoten uit een van de originele sculpturen van Rembrandt, kwam uiteindelijk terecht op de radiator van de al even zeldzame Bugatti Royale, waarvan er tussen 1929 en 1933 maar zes werden gebouwd.
“Wat daarin meespeelt, is de ongelooflijke tragiek achter…