‘Ik heb minder, maar voel me zoveel rijker’
JE MOET ‘T MAAR DURVEN. JE HUIS IN HARTJE AMSTERDAM VERRUILEN VOOR EEN HUT IN DE AFRIKAANSE BUSH. TOCH IS DAT PRECIES WAT AMORY (35) DEED, NADAT ZE VERLIEFD WERD OP EEN MASAI-KRIJGER. “TOEN HIJ DAAR STOND, OP ZIJN SANDALEN GEMAAKT VAN AUTOBANDEN, IN ZIJN TRADITIONELE RODE DOEK, WAS ALLES METEEN GOED. IK WAS THUIS.”
f0010-01.jpg
f0011-01.jpg

Amory: “Als je me een paar jaar geleden had gezegd dat ik in een modderhut in Tanzania zou gaan wonen, had ik je keihard uitgelachen. Ik? Dat stadsmeisje uit Amsterdam? Ik had een vriend, twee katten, een fijn appartement aan de gracht, een goede baan, een volle agenda. Het leven dat je op Instagram ziet en waarvan je denkt: die heeft het helemaal voor elkaar. Niet dat het allemaal vanzelf kwam. Mijn moeder heeft me grotendeels alleen opgevoed en leerde me mijn eigen boontjes te doppen. Dus dat deed ik. Ik begon op het vmbo, ging naar de havo, daarna naar het hbo en deed uiteindelijk twee masters. Alles keurig volgens het boekje. En toch… ergens voelde ik me steeds verder bij mezelf vandaan drijven. Ik verlangde naar rust, zingeving, een plek waar ik echt kon aarden. Maar ik had nooit gedacht dat die plek duizenden kilometers verderop lag.”

Pauzeknop

“In 2022 reisde ik met mijn toenmalige partner naar Tanzania. Toen ik uit het vliegtuig stapte, voelde het alsof iemand de pauzeknop indrukte. Mensen staan hier zo anders in het leven. Wij Nederlanders houden van regels en systemen, maar hier gaat alles op gevoel. De mensen zijn écht in het moment. Dat raakte me, omdat ik dat zelf kwijt was geraakt.

Tijdens die reis verbleven we in een safarilodge in de binnenlanden. Daar werkten Masai-krijgers om toeristen te beschermen tegen wilde dieren. Eén daarvan was Kangai. Liefde op het eerste gezicht was het niet. Ik zat immers al vier jaar in een relatie. Maar ik vond hem wel fascinerend. Ondanks de taalbarrière begreep hij me beter dan veel mensen thuis. Het eerste wat ik dacht toen we vertrokken, was: shit, dan kan ik niet meer met Kangai praten. Dat vond ik zó verwarrend. Hoe kun je iemand missen die je pas net kent?

Terug in Nederland was alles hetzelfde en tegelijkertijd anders. Mijn relatie liep al langer niet lekker en deze reis zou ons dichter bij elkaar moeten brengen, maar ’t tegenovergestelde gebeurde. Ik ging weg bij mijn partner, verhuisde en probeerde mijn leven op te pakken. Maar Tanzania zat onder mijn huid. Ik bleef met Kangai appen. Eerst luchtig, later tot diep in de nacht. Toch durfde ik mijn eigen gevoelens lange tijd niet te vertrouwen. Was het niet gewoon een vakantieliefde? En natúúrlijk hoor je de verhalen over mannen die het voor het geld doen. Mijn hoofd zei: pas op. Mijn hart zei: maar dit is anders.”

f0011-02.jpg

Amory met haar schoonfamilie in Kangai’s ‘boma’.

f0011-03.jpg
‘MIJN HOOFD ZEI: PAS OP. MIJN HART ZEI: MAAR DIT IS ANDERS’

Gek geworden

“Toen ik Kangai vertelde dat mijn relatie voorbij was, spraken we voor het eerst hardop uit wat onze ontmoeting met ons had gedaan. Hij vertelde dat hij bij onze eerste ontmoeting tegen een andere Masai had gezegd: ‘Dat wordt mijn vrouw.’ Wishful thinking… of toch niet? De eerste vriendin aan wie ik het vertelde, dacht dat ik gek was geworden. ‘Misschien zijn het de bijwerkingen van de malariapillen’, zei ze met de bijsluiter in haar handen. Mijn vader was juist heel steunend. Onze band was voor die tijd nooit héél diep, maar hij begreep me. Dus reisde ik in 2023 opnieuw af naar Tanzania. In het vliegtuig had ik alle rampscenario’s al bedacht. Wat als hij anders is? Wat als ik word ontvoerd? Wat dóé ik? Voor de zekerheid had ik ‘Zoek mijn iPhone’ ingesteld, zodat het thuisfront mij kon traceren als het noodlot toesloeg. Maar toen hij daar stond, op zijn sandalen gemaakt van autobanden, in zijn traditionele rode doek, was alles meteen goed. Ik was thuis. De eerste dagen verbleven we in Kangai’s boma, een klein dorpje met zo’n 35 familieleden. Kangai’s vader heeft drie vrouwen met een flink aantal kinderen. En die kinderen hebben ook weer kinderen. Een heel systeem waar iedereen elkaar nodig heeft. Samen delen ze een aantal kleine huisjes, gemaakt van takken, modder en mest. Geen elektriciteit, geen stromend water, wel kippen, koeien, geiten, ezeltjes en overal rondrennende kinderen. Kangai had me van tevoren verzekerd dat er een badkamer was. Hij bleek speciaal voor mij een hokje te hebben gebouwd waar ik me met emmers water kon wassen. Ik vond dat zó lief.

Die eerste nacht sliep ik op een koeienhuid als matras in een van de modderhutjes. Buiten hoorde ik de hyena’s huilen. Ik vond het doodeng, Kangai vond het vooral heel grappig. Ja hoor, de stadsmeid was in Afrika.”

‘SPECIAAL VOOR MIJ HAD HIJ EEN HOKJE GEBOUWD WAAR IK ME MET EMMERS WATER KON WASSEN. ZÓ LIEF’

Cultuurshock

“Later werd ik officieel opgenomen in de gemeenschap. Ik zat naast Kangai op het bed toen een groep Masai-mannen binnenkwam met een kalebas vol koeienmelk. Ik dacht dat ik een slokje zou krijgen, maar nee, ze namen zélf een teug en spuugden die met vaart over ons heen. Ik schrok me rot. Pas later leerde ik dat melk staat voor zuiverheid en verbondenheid. Als je ermee gezegend wordt, hoor je er echt bij. Ik voelde me nog nooit zo welkom. Toen ik na twee weken weer terugging, zat ik huilend in het vliegtuig. Het moest wel liefde zijn. Uiteindelijk besloten we dat Kangai mijn familie moest ontmoeten. Dat was nog een avontuur op zich: hij had geen paspoort. Hij moest eerst officieel ‘bestaan’, voordat hij mocht reizen.

f0012-01.jpgf0012-02.jpg

Het dagelijkse leven in de Masai-gemeenschap.

Maar het lukte. Ik reisde nog twee keer naar Tanzania, waarna Kangai eindelijk naar Nederland kon komen. Daar stond hij op Schiphol, volledig in Masai-ornaat. Had ik al een cultuurshock in zijn dorp, Kangai belandde helemaal in een sciencefiction-film. Hij heeft wel een kwartier bij de roltrappen staan kijken, begreep niets van de stoplichten en vroeg telkens wie dan de knopjes bij de schuifdeuren indrukte. Ik kwam niet meer bij. Maar het mooiste vond ik hoe iedereen hem omarmde. Zijn rust, zijn zachtheid. Mijn vriendinnen waren meteen verkocht. En mijn moeder zei: ‘Wat heb je het toch goed gedaan.’ Voor mij voelde het als een bevestiging van God. Dat het goed was.”

Verbinding

“Inmiddels zijn we een jaar getrouwd en hebben we ons gesetteld op de plek waar we ons beiden het meest thuis voelen: in Kangai’s dorp. Elke dag staan we rond zes uur op om de dieren te verzorgen en de laatste familie-updates uit te wisselen. Vervolgens ontbijten we met thee en, als de vrouwen in het dorp er tijd voor hebben, een mandazi (soort oliebolletje). Daarna werk ik. We hebben samen een stichting die weduwen helpt met ondernemerschap en watervoorzieningen, ik werk freelance als operationeel manager voor een Nederlandse organisatie en we runnen samen een reisbureau.

Naast dat alles proberen we vooral zoveel mogelijk te genieten. De natuur hier is zo ongekend mooi. De sterrenhemel, de stilte, de savanne… Soms kan ik bijna niet geloven dat dít mijn leven is. Trager, kalmer, veel meer samen.

Misschien raakt het me ook extra, omdat ik weet hoe kwetsbaar mensen kunnen zijn. Mijn zusje stapte vorig jaar uit het leven en dat verlies draag ik elke dag met me mee. Hier, in deze gemeenschap die elkaar echt draagt, is dat verdriet minder scherp. Het wordt gedeeld. En met de kracht en troost die ik in Jezus vind, kan ik het beter verdragen. In Nederland zie je zo vaak mensen die op eilandjes leven. Hier is dat anders. Hier word je opgenomen in de groep, in hun warmte, in hun geloof en draait alles om verbinding.

Dat betekent niet dat het leven hier één en al romantiek is. Sommige dingen blijven moeilijk. Ik mis mijn vriendinnen, mijn familie, de gemakken van het westerse leven. Onder een warme straal staan en je haren wassen: wat een luxe!”

Bijzondere rituelen

“Bovendien is de cultuur heel hiërarchisch. Mannen zijn de leiders, vrouwen hebben traditioneel weinig rechten. Meisjes en jongens worden nog altijd besneden, polygamie is doodgewoon, jonge vrouwen worden nog steeds uitgehuwelijkt. Ik heb enorm veel bewondering voor de vrouwen. Zij zijn het die het hele systeem draaiende houden: ze lopen veertig minuten naar de waterput en dragen jerrycans die bijna zwaarder zijn dan zijzelf. Ze wassen kleding zonder stromend water, koken met wat er is, zorgen voor kinderen, voor de dieren, voor het huis, voor zieken.

Ook sommige tradities en rituelen zijn behoorlijk heftig. Zieken drinken koeienof geitenbloed als medicijn. Met een pijl maken ze een klein gaatje in de slagader waarna het bloed wordt opgevangen. Jongens van een jaar of veertien worden maandenlang de wildernis ingestuurd om krijger te worden. En om het vee te beschermen, worden slangen nog steeds doodgeknuppeld.

Tegelijk zie ik hoe complex het allemaal is. Je kunt tradities niet zomaar uitwissen. Als die verdwijnen, verdwijnt ook een stuk cultuur dat al eeuwenlang wordt doorgegeven. En er zijn ook zoveel mooie tradities. Ik vergeet nooit de eerste bevalling die ik meemaakte. Alle vrouwen en kinderen uit het dorp verzamelden zich om de barende moeder heen. Een oude, wijze vroedvrouw begeleidde haar, omringd door vrouwen die zachtjes baden tot God. Er hing zo’n diepe rust in dat kleine hutje, alsof iedereen samen de kracht droeg. Schreeuwen van pijn is in de Masai-cultuur niet gebruikelijk, alles gebeurt in stilte en overgave. Terwijl ik daar stond, voelde ik opeens zo duidelijk diezelfde vrede die ik in het geloof vind. Het was een van de meest bijzondere rituelen die ik ooit heb gezien.”

‘HET LEVEN HIER IS RUW, RAUW EN HARD, MAAR DE MENSEN ZIJN ZO WARM EN ZACHT’

Toekomst

“Kangai is er echt voor me. Met hem kan ik alles bespreken, ook de dingen die ik moeilijk vind of niet begrijp. Hij heeft zo’n bizar hoge emotionele intelligentie en weet precies hoe hij me op moet vangen. En hij snapt ook dat de verhoudingen in Nederland anders liggen. Daarin is hij ook echt progressiever dan veel andere Masaimannen. Zo kiest hij bewust voor één vrouw, alleen voor mij. Gelukkig maar. Hij hoeft van mij echt niet met nog een vrouw aan te komen.

f0013-01.jpg

Amory’s man Kangai in zijn traditionele ‘shuka’, een kleurrijk gewaad.

(TEKST: ELISE DE JONG. FOTO’S: PRIVÉBEZIT.)

Ik ben nog steeds ondernemend en ambitieus, maar het komt nu vanuit een andere plek. Mijn doelen en dromen zijn veranderd. Wat de toekomst brengt? Ik weet het niet. Misschien kinderen, maar ik heb nog geen idee hoe dat eruit zou zien. Hoe ik mijn twee werelden met elkaar kan verbinden. Ik zit nog in een soort observatie-fase: welke mooie dingen van de Masaicultuur wil ik doorgeven? Een dochter wil ik bijvoorbeeld niet laten besnijden. Maar wat als ze opgroeit en zegt: ik wil het zelf? Hoe ga je daarmee om?

Eén ding weet ik wel zeker: ik voel me rijk. Zoveel rijker dan eerst. Het leven hier is ruwer en rauwer, maar de mensen om me heen zijn zo zacht en warm. Misschien heb ik minder comfort, maar ik heb een familie die me draagt, een man bij wie ik thuiskom, een leven in de natuur. Ik ben gelukkig. En ik vertrouw erop dat het geloof me de weg wijst. Dat ik precies ben waar ik moet zijn. Zelfs als dat midden in de Afrikaanse bush is, in een modderhut vol liefde.”

Wil je Amory volgen?

Kijk op Instagram @heyitsjss_xo