IN 1953 STOND ER VOOR HET EERST EEN NEDERLANDSE PLOEG aan de start van de Giro d’Italia. Het zestal Wim van Est, Hein van Breenen, Hans Dekkers, Wout Wagtmans, Jos Suijkerbuijk en Gerard Peters hield de vaderlandse eer in Italië hoog. Of zoals Jan Cottaar het schreef in zijn voorbeschouwing in het bondsblad Wielersport: ‘De Nederlandse wegrenners hebben ons alle reden gegeven om met bijzondere belangstelling uit te zien naar de Ronde van Italië, die van 12 mei tot en met 2 juni, in een warm en stoffig land, in een land waar vruchtbare valleien worden afgewisseld door verraderlijke, grimmige bergpassen, zal worden verreden. (…) Hier moeten de onzen zich opnieuw laten gelden en ge kunt er verzekerd van zijn, dat dit zeer, zeer moeilijk zal zijn.’ Desondanks was het…
