KRAAK DE CODE
Beantwoord drie vragen met verschillende delen van je brein en puzzel het codewoord bij elkaar.
CODE KRAKEN
1 Welke twee getallen vormen deze stukken?
R: 21 S: 22 T: 25 U: 32 V: 35
LOGISCH NADENKEN
2 Drie verschillende klanten gaan naar de bakker voor croissants, bolletjes en koekjes. Bekijk de prijzen van de bestellingen hieronder, en bepaal de individuele prijs van een croissant, een bolletje en een koekje.
G. Croissant: € 1,00
Bolletje: € 0,25
Koekje: € 0,75
H. Croissant: € 0,75
Bolletje: € 0,25
Koekje: € 1,00
I. Croissant: € 1,00
Bolletje: € 0,75
Koekje: € 1,25
J. Croissant: € 1,75
Bolletje: € 0,50
Koekje: € 0,25
K. Croissant: € 1,00
Bolletje: € 0,25
Koekje: € 1,00
GETALBEGRIP
3 Deze dominostenen zijn volgens een bepaalde…