Sjonge, wat is het heet. Ik zit in een sauna, dus heel gek is dat niet, maar omdat ik laat binnenkwam, zit ik op een stomme plek: derde rij boven in de rechterhoek, naast een schuine wand. Hier wil niemand zitten, want de hitte blijft hier hangen en ronddraaien als in een magnetron. Mijn hoofd staat op ontploffen. In de pauze staat op een lager bankje iemand op en neemt zijn handdoek mee, een teken dat hij niet terugkomt. Mooi, dat lagere, koelere plekje is voor mij. Ik gooi mijn handdoek erheen en die ligt nu half over het schuine wanddeel. Daar moet ik straks op letten als ik naar beneden ga, denk ik nog. “Het is een rotplek, hè?” zegt mijn buurman. “Ja,” zeg ik, “blij dat ik kan…
