Ik zag net paaseitjes liggen in de supermarkt, drogisterij en zelfs bij de groenteboer, want die verkoopt ze tegenwoordig ook. Allemaal kleine chocokogeltjes die dodelijke gaten schieten in de meeste afvalplannen. Deze quasivrolijke verleiding, waar we steeds langer – het is nog lang geen Pasen – aan blootstaan, zit in mijn irritatiezone merk ik, net zoals pepernoten in de zomer. Ik vind het stom, zinloos lokvoer. Ze staan overal en ze zitten al in je mond voor je er erg in hebt. De eitjes triggeren mijn frustratie. Ik ben niet boos op die eitjes, die zouden me niets moeten kunnen schelen, ik ben boos op mezelf. Ik sta al meer dan een jaar stil en ben daar zo klaar mee.
Eenmaal thuis aangekomen met mijn bokkenpruik, maar zonder eitjes, succesmomentje,…
