“Vroem, vroem“, roept mijn vader jolig en doet alsof hij autorijdt. En even daarna: 'Tuut, tuut! Pas op hoor, ik kom eraan.“ Vervolgens trekt hij een kort sprintje met zijn rollator. Ik schiet in de lach. “Je gaat me toch niet omverrijden, hè?“ grap ik met hem mee. “Ik zou niet durven“, glimlacht hij terug. Mijn vader en ik lopen door de lange gangen van het verpleeghuis op weg naar het inpandige restaurant voor koffie. Als we uit de lift stappen, staan we ineens voor de wasserette. Oeps, zijn we een etage te ver gegaan?
“Even wachten, pap, dan kijk ik eerst waar we heen moeten“, zeg ik. Mijn vader doet een stap achteruit en wacht in de lift op verdere instructies. “O kom maar, we kunnen hier langs“, zeg…
