Het is 2006. Lenneke voelt zich al een poos niet lekker: keelpijn, hoofdpijn, moe. Het bedrijf waarvoor ze werkt, zit midden in een overname en haar bruiloft staat voor de deur, dus tijd om goed uit te zieken is er niet. “Het was hard werken, hard feesten, maar dat heb ik altijd heel leuk gevonden.” Lenneke neemt een pijnstiller en gaat door. Tot ze op een vrijdagochtend wakker wordt met een zwelling in haar nek, zo groot als een ei. Ze denkt meteen aan non-hodgkin, de zeldzame vorm van kanker waaraan haar oom overleed, en gaat naar de huisarts. “Diezelfde middag, ik zat inmiddels op kantoor, belde de arts. Ze vermoedde inderdaad non-hodgkin en wilde me op maandag laten opereren. ‘Als ik zo een beetje vaag doe, weten jullie waardoor…
