“Weet je wat het is, ik heb best wel trek”, zegt mijn vader. We zijn onderweg naar het restaurant van het verpleeghuis voor een koffie. Ik vind het leuk dat hij dit zegt, want door zijn alzheimer neemt hij niet vaak meer het initiatief. Dus dat hij in verkapte vorm voorstelt om iets lekkers bij de koffie te nemen, kan ik alleen maar toejuichen.
“Nou, dan doen we er toch iets lekkers bij?” zeg ik vrolijk.
Als we naar binnen lopen, hoor ik mijn vader zeggen:'O, is dat lekker?” Ik kijk achterom. Hij heeft zijn oog laten vallen op een stapel gevulde koeken die uitnodigend op een schaal naast de kassa liggen.
“Ja, die zijn zeker lekker, meneer”, zegt de caissière vriendelijk.
Ik kijk mijn vader aan: “Wil je er…
