“Dood is dood”, bromt Raymond. Hij zit met zijn armen over elkaar te somberen. Hij heeft daar alle recht op, want zijn moeder is vannacht gestorven. “Begrijp me goed, ik hield van het mens hoor, dat zou je misschien niet gedacht hebben, maar da’s echt zo… alleen: toen leefde ze nog.
En dood… ik weet niet… ik heb er gewoon niet zoveel mee.”
Ik ken Raymond ruim vijftien jaar, type ruwe bolster, blanke pit. Snelle auto, merkkleding waaraan je niet ziet dat die een fortuin gekost heeft, grote mond, klein hartje. Een website, daar doet hij niet aan: “Flauwekul, ik heb werk zat, ze weten me wel te vinden.” En dat klopt, hij heeft een goedlopende drukkerij. Toen ik hem vijftien jaar geleden vroeg of hij mijn drukwerk wilde verzorgen,…
