‘Sst,’ klonk haar stem.
In het halfduister zag hij haar staan, haar silhouet donker afgetekend tegen het door een straatlantaarn verlichte gordijn. Hij huiverde, wilde zich bewegen, overeind komen, maar het lukte hem niet. Zijn brein gaf de signalen wel door, maar zijn lichaam reageerde er niet op. Hij wilde iets zeggen, maar meer dan een zacht gegrom kwam er niet uit zijn keel.
‘Sst,’ klonk het nogmaals. ‘Stil maar.’ Haar schaduw bewoog over de muur, terwijl ze op hem af kwam lopen. Naast zijn bed bleef ze staan en boog ze zich over hem heen. ‘Ik ben bij je.’ Met een vloeiende beweging trok ze het dekbed wat verder over hem heen, tot vlak onder zijn kin. Vervolgens wreef ze zacht met de rug van haar hand over zijn…
