Noem me een komkommerkut, boom-knuffelaar, of tempeh-trut, maar ik eet geen dieren. Niet meer. Daar heb ik allerlei redenen voor, net zoals ieder ander redenen heeft om iets wel of juist niet te eten. Mijn dochter eet bijvoorbeeld geen champignons: lust ze niet. Het klasgenootje van mijn zoon eet geen gluten: wordt ie ziek van. Mijn zwager eet dan weer geen groenten, gruwelt ie van. Zo heeft iedereen wat, zou je zeggen. Maar toch, als het gaat om het eten van dieren, lijkt er iets in de lucht te hangen. En die lucht is niet strakblauw, maar eerder gevuld met stapelwolken die een regen van voors, tegens, passie, verzet en strijdvaardigheid verhullen. Gelukkig pieken er nog wat stralen liefde doorheen ook.
MAATSCHAPPELIJKE TREND
Laat ik niet te stellig beginnen met…
