‘Het bleef malen in mijn hoofd: what the fuck, waarom wil niemand mij?’ In een roze satijnen babydoll rent Nona de Utrechtse strandtent Key West binnen. Nét voordat een hoosbui losbarst. ‘Ik woon in Uden, een stukje onder Eindhoven. En daar was het lekker weer,’ vertelt ze. Ze praat gehaast, in een moordend tempo en véél, zal gedurende het gesprek blijken. Geen enkele zin wordt afgemaakt en ondertussen wappert ze onophoudelijk met haar vingers, handen en armen. ‘Beetje zenuwachtig,’ lacht Nona verontschuldigend. Sinds ze een jaar geleden doorbrak met het nummer It’s alright is het een gekkenhuis geweest. Shows geven, repeteren, liedjes schrijven, op festivals staan én interviews geven, iets waar Nona geen enkele ervaring mee had. ‘Mijn label krijgt soms terug dat ik niets te zeggen heb, omdat ik…
