Het was op een gewone vrijdagavond, een uur of negen, dat de Kameel een onverwachte aankondiging deed. ‘Weet je wat ik ga doen?’ zei hij. ‘Ik ga een dessert maken. Áppelbollen.’ De woorden kwamen dusdanig rauw op mijn dak vallen dat ik zijn triomfantelijke blik spottend opvatte. ‘Hahaha,’ deed ik dus. Maar het bleek de Kameel menens. Hij ging wel degelijk appelbollen maken. Ik veerde op, knipperde wild met mijn ogen.
Het was menens. Hij ging wel degelijk appelbollen maken ‘Nú?’
‘Waarom is dat raar?’ Nou. Toevallig kón ik wel wat redenen bedenken. Ten eerste: we hadden allang gegeten. Niks geks, wel lekker: risottobitterballen met citroen en truffelmayonaise. Ik had risotto over van de dag ervoor, vandaar. En risotto opwarmen is vies, maar het laat zich gelukkig wel prima oprollen,…
