Zondag
Het is fris, zonnig herfstweer en Martijn en ik wandelen doelloos door de stad. ‘Oké,’ zeg ik. ‘Ik begrijp best dat Noah niet meteen de volgende dag appt, maar dríe dagen wachten?’
‘Je kunt hem toch ook appen.’
‘Ik wil dat hij het initiatief neemt.’
Luiertje, flesje, boertje, hoe moeilijk kan oppassen zijn? Hij schopt tegen een hoopje bladeren. ‘Ja natuurlijk, lekkere feminist die je bent.’ Ik kan wel uitleggen dat ik het zat ben om te worden gekwetst, dat ik een jongen wil die echt voor me gaat, in de orde: ridder die mijn hart steelt, maar dan lacht Martijn me vast uit. ‘Je had meteen met hem mee naar huis moeten gaan,’ zegt hij. ‘Dan weet je gelijk of hij de moeite waard is om een relatie…
