‘Wacht maar,’ zei hij. ‘Als je me de kans geeft, laat ik je zien hoe geweldig het kan zijn. Straks wil je niet meer anders!’ Het was de aandoenlijke overmoed van een prille, nieuwe geliefde. We zaten in de spannende periode van elkaar beter leren kennen. De neurotransmitters vliegen je om de oren en je hart zit in je keel. Alles is leuk, zelfs de opvattingen en karaktertrekken waarvan je eigenlijk wel weet dat ze voor problemen kunnen gaan zorgen. Maar tegenstellingen vullen elkaar aan, zeg je tegen jezelf. Zolang je goed blijft praten, begrip toont en de ander respecteert, komt het goed. Want uiteindelijk wil je allebei hetzelfde: een mooie, intieme relatie en elkaar gelukkig maken. Toch?
Kwestie van wennen?
Ik had het allemaal al meegemaakt. Als tiener, twintiger…