Lang voordat zen zijn, mindfulness en positiviteit een hype waren, wist ik al dat het niet mijn cup of tea was. Op de lagere school treiterde en tergde Christa, het gemeenste meisje uit de klas, me al weken op de meest achterbakse manieren. Die ochtend had ze me een snoepje aangeboden, bij wijze van zoenoffer. Hoewel het ding er niet erg aantrekkelijk uitzag, peuterde ik het uit beleefdheid uit haar kleverige handpalm en stopte het in mijn mond. Waarop Christa met een grote piranha-achtige grijns vroeg: ‘En, vind je het lekker? Het brokje van mijn kat?’
Volgens de regels van de school had ik op dat moment de spreekwoordelijke high road moeten kiezen: weglopen en de juf inlichten. In plaats daarvan stond ik van mijn houten stoeltje op, tilde het…
