Het is 13.00 uur en hij draait de voordeur van het nachtslot. Met een zwaai van zijn grote handen langs de stapeltjes op zijn eettafel, gebaart de lange zestiger vooral niet op de rommel te letten. Hij was een dikke week ziek van de griep, ja gewoon die ouderwetse griep, en dus is er nu tijdsnood. Want de nieuwe aflevering van Spoorloos moet nog gemonteerd worden, muziekje eronder ook, en over twee dagen stapt hij weer in het vliegtuig. Bulgarije deze keer. “Ik ben nooit langer dan een week thuis. Al zestien jaar niet. Of ik vlieg voor Spoorloos, of ik ben in mijn huis in Barcelona, of ik ga een paar dagen op reis met mijn kinderen of vrienden. En ondertussen dumpen mijn kinderen hier allerlei spul, omdat ze…