Wat van ver komt is lekker! Dat blijkt maar weer: er zijn zo’n vijftig soorten wilde narcissen, die voorkomen in Zuid-Europa, Noord-Afrika en West-Azië. In 1561 werd Narcissus tazetta voor het eerst naar Nederland gebracht, sindsdien zie je ze veel in onze tuinen. De bloemen hebben een heel herkenbare vorm, ze bestaan uit dekblaadjes en een kroontje, ook wel trompet of cup genoemd. Kwekers hebben inmiddels door kruisen duizenden nieuwe narcissen (cultivars) gekweekt, allemaal net even anders. Vanaf maart komen de eerste bloemen open, soms zelfs nog eerder, zoals bij de gele ‘February Gold’. De laatste bloemen kun je verwachten in mei.
3 MAANDEN NARCISSENBLOEI
Voor narcisbollen is altijd wel een plek, en het leuke is: eenmaal aangeplant, blijven ze vast in je tuin staan. Narcissen groeien in elke normale,…
