De zon streelt met zijn allereerste stralen de bleke muren, maar Liesje staat al een hele tijd in de schuur te werken. Ze zingt een klassiek liedje in haar dialect. De laatste koeien zijn nog onderweg naar de wei, waar de wilde bloemen al heerlijk geuren en de dauw verdampt. Liesje loopt intussen naar de konijnenhokken, waar de dieren nog liggen te slapen, als bolletjes in het verse hooi. “Hee,” roept ze, “waar is Blinker?” wanneer ze ziet dat een van de hokken leeg is.
“Hier, maak je geen zorgen!” Wanneer Liesje zich omdraait, ziet ze Benjamin staan. De knappe buurman met de blond-bruine baard staat achter haar en heeft het konijn in zijn armen. “De stouterd had zich in m’n atelier verstopt.”
“Heb je zin in een kopje koffie…
