Lina zit voor haar tent en maakt aantekeningen over de lezende jongen tegenover haar op de camping. Haar vriendinnen zijn naar het zwembad.
‘Hoi, ik ben Louis,’ hoor ik ineens naast me.
‘Eh…’ Ik lig op mijn buik op een matje naast de tent en kijk omhoog. Daar staat de lezende jongen.
‘Je vriendin zei dat je mij leuk vond.’
Ik knipper een paar keer met mijn ogen. ’Heeft Vlinder dat gezegd?’ ‘Vlinder? Heet ze zo?’ De lezende jongen, die Louis heet, kijkt me lachend aan.
Ik ga zitten en schud mijn hoofd. ‘Dat IK JOU leuk vind?! Dat is echt zó niet waar!’ Ik voel dat ik nog roder word. Waarom zeg ik nou dat ik hem niet leuk vind?
‘O, nou, eh, sorry dan,’ zegt de lezende jongen…
