1 HOERA, JE GAAT SHOPPEN. JIJ…
A …hebt al lang een verlanglijstje klaar liggen.
B …droomt al weken over dat ene rokje. Hopelijk hebben ze ’t nog in jouw maat.
C …hebt vet veel zin in een gezellig middagje met je mams.
2 DE JUF KOMT DE KLAS BINNEN MET EEN LEUKE JONGEN. ZE STELT HEM VOOR ALS JULLIE NIEUWE KLASGENOOT. JIJ…
A …bent halverwege haar zin afgehaakt. Zou-ie al verliefd zijn?
B …steekt je hand op als de juf vraagt of iemand hem wil rondleiden.
C …stapt op hem af en zegt: “Hoi, naast mij is nog een plekje vrij!”
3 WAT VIND JIJ MOOIE KLEUREN?
A Blauw, paars en rood
B Roze, geel en oranje
C Groen en wit
4 OEPS, DE WEG NAAR HUIS IS AFGESLOTEN. HOE…
