Sarinette werd er niet zelden horendol van dat ze altijd zo’n gevolg om zich heen had. Ze was een lid van de koninklijke familie, geen popster. Was het werkelijk nodig dat er overal waar ze ging bodyguards met haar meeliepen, dat ze werd rondgereden in geblindeerde auto’s en dat ze zelfs in hotels niet werkelijk alleen kon zijn, omdat er ‘voor de zekerheid’ aan weerszijden van haar bewakers sliepen, niet in het bed waarin zij lag, goddank, maar wel in de aangrenzende kamers? Ze wilde gewoon eens vrij zijn. Het was het enige waarnaar ze verlangde, al wist ze heus dat iedere gedachte die ze eraan besteedde zinloos was. Net zo zinloos als een raskat die verlangde naar nachtelijke krolse avonturen. Ze moest in haar warme mandje blijven liggen, daar…
