TEKST
‘Poëzie als een droomwereld’
Ik toon gisteren in de kleren van eergisteren —en de schoonheid van morgen als vandaag en overmorgen. 2Ik geef ons zin, ontroering en waanzin.
Gisteren nog vond ik mijzelf bevend op de grond.Ik staarde in de loop van mijn geweer. 3
Boem!Knal!
“Word wakker!” 4schreeuwde ik,rillend,bevend.
Een kwade droom.
Ik hield mezelf weer voor de gek, 5vast in een droomstaat,onwerkelijk en bizar.
Wat wil ik toch zeggen? 6Ik weet het nu:
Ik wil je laten rillen en beven,je hoog laten zweven,dan weer laten vallen,diep, dieper. 7
In dat gevoeldat je niet kunt vangen. 8
FEEDBACK
1 Aanhalingstekens zijn hier niet nodig.
2 Interessante, raadselachtige verschuivingen in de tijd.
3 De ‘ik’ vertegenwoordigt hier het gedicht.
4 Je gebruikt veel leestekens. Daarvan kun je de…
