Olijfje, zo noemden mijn broers me vroeger pesterig. Lang, dun en slungelig, dan krijg je dat. Het kon me weinig schelen als meisje dat nooit veel aandacht aan haar uiterlijk besteedde. Make-up? Mij niet gezien.
Lang haar? Wat een gedoe. Ik was op m’n gelukkigst op mijn rubberlaarzen, overalletje aan, lekker rauzen in de modder. Bewustzijn over mijn uiterlijk, met name over mijn lichaamsvormen, kreeg ik op de middelbare school. Ik werd surfplank genoemd, niet omdat ik zo geweldig presteerde op de golven, maar vanwege mijn niet-bestaande voorgevel. Tot die tijd kon ik daar prima mee leven, maar na de toevoeging van de geuzennamen Toos Tietloos en Wasbord ging ik toch kritischer naar mezelf kijken. Liep ik eigenlijk niet grandioos voor gek, met die miniborstjes van me? En als ik…
