'Als in ons land de stenen konden wenen, zij zouden het doen, want ieder betreurt haar verlies zoals men het verlies betreurt van zijn eigen dierbare,’ rouwt een krant wanneer koningin Astrid op 3 september 1935 wordt begraven. Het is een van de iconische momenten die met haar korte leven verbonden zijn: haar weduwnaar koning Leopold III die, arm in een zwachtel en met verwondingen in het gezicht, een wat verdwaasde en eenzame figuur slaat terwijl hij achter haar lijkbaar stapt. Astrids kist trekt onder een enorme baldakijn door Brussel, waar het volk in trosjes tot in de telefoonmasten hangt om de jonge, mooie en razend geliefde ‘Sneeuwkoningin’, de ‘fee uit het Noorden’, naar haar laatste rustplaats te begeleiden.
Astrid is amper anderhalf jaar eerder koningin geworden, na dat andere…
