‘Wie ben ik, dat ik dit doen mag? Sedert eergisteren ben ik geroepen tot een taak, die zó zwaar is, dat niemand die zich daarin ook maar een ogenblik heeft ingedacht, haar zou begeren, maar ook zó mooi, dat ik alleen maar zeggen kan: wie ben ik, dat ik dit doen mag? De mogelijkheden, die mij hierdoor worden gegeven-om in het algemeen welzijn werkzaam te kunnen wezen, zijn zo groot, dat ik na veel innerlijke strijd bereid ben deze roeping te volgen, – waarop mijn ouders mij met zorg hebben voorbereid.’
Met die woorden spreekt koningin Juliana op 6 september 1948 in de Nieuwe Kerk in Amsterdam de leden van de Staten-Generaal toe voorafgaande aan haar eedaflegging. Dat is dit jaar precies 75 jaar geleden. Haar moeder koningin Wilhelmina heeft…
