Een oerknal. Sepp, de oude man, zegt ook maar wat, maar als hij één woord uit het schap van de taal mag plukken, dan graag de oerknal, als antwoord op alles. Of, omdat Sepp een Duitser is: Urknall. We zitten samen in de trein, een toevallige ontmoeting, meestal stil, soms een woordje. Ik ben vanochtend ingestapt in Amsterdam, klaar voor een reis van negen uur naar Überlingen, een klein dorpje in de schaduw van het Zwarte Woud. Het wordt het Nice van Duitsland genoemd, met een boulevard aan de Bodensee en pastelkleurige huisjes. Dat zo’n zoet dorpje, zoals Sepp het noemt, uit de boze bossen is gegroeid, kan hij eigenlijk maar op één manier verklaren: een oerknal, een kleintje dan. Hij kent het dorp goed. Als visser vaart hij graag…
