Als Stephen King (77) een jaar of veertig is, besluiten zijn vrouw Tabitha, hun drie kinderen en hun beste vrienden om de bestsellerauteur van bloederige horrorverhalen te confronteren met zijn ongekende drugsgebruik. Ieder ander mens die zo waanzinnig veel drugs tot zich neemt, zou allang overleden zijn, maar King heet niet voor niets King. Zodra de schrijver slaapt, wat hij maar een paar uur per dag doet – hij schrijft tot diep in de nacht, soms dagen en nachten achter elkaar door – verzamelen ze alle lege cocaïne-seals, cannabiszakjes, hasjpijpjes, drankflessen waaronder lege flessen wodka, whisky en gin, lege doosjes Xanax (zwaar verdovende pillen), lege doosjes valium, een lawine aan bierblikjes en eindeloos veel lege pakjes sigaretten. De oogst leggen ze op en rond de keukentafel neer. De grote tafel…