De zon schijnt volop in Zwolle. Vincent de Vries, geboren en getogen in de Overijsselse hoofdstad, zit op het terras van café Bennies in de Basis driftig te zwaaien. Grote kerel, grijze krullen. De man die Fernando Ricksen namens Panorama, waar hij jaren voor schreef, in Rusland voor het eerst ontmoette en van lieverlee zijn biograaf werd, zijn manager, zijn buddy. “En zijn stem,” zegt De Vries, nippend aan een zwarte koffie. Hij gaat maar direct naar 30 oktober 2013, de dag dat Ricksen hét vertelde. “Eigenlijk moet ik nóg iets verder terug,” zegt De Vries bijna verontschuldigend. “Ik had het boek gelezen van Andy van der Meijde, die alles gedaan had wat God verboden heeft. Toen dacht ik: Jezus, als er íemand betere en mooiere verhalen heeft die minstens…