Elk jaar is het één keer een drukte van jewelste op de flanken van de Bromovulkaan, een flinke jongen van bijna 2400 meter hoog. Nu is het zelden rustig bij deze toeristische trekpleister – als u al eens een rondreis door Indonesië maakte, hebt u ’m waarschijnlijk ook beklommen om vanaf de top de zon op te zien komen. Maar op dit moment, bij volle maan in de tiende maand op de kalender van de Tengger-stam, is het filelopen op de vulkaan. Dan baant die stam zich namelijk een weg naar boven, met rijst, fruit, groenten en zelfs levende geiten op de rug. Boven aangekomen, aan de rand van de krater, smijten ze dan alles naar beneden, als offer aan de goden. Doen ze dat niet, zo geloven zij, dan…