Soms slaat hij in, de bliksem, dat heb je ook nodig.
Ik sta tegenover een zwart-witfoto: een geallieerde soldaat op een landweg, een jongetje van een jaar of 9 aan zijn hand. Het is 6 of 7 augustus 1944, het staat eronder. De grote man, soldaat Kline, glundert, sigaret in z’n mondhoek, schop over z’n schouder. Het jongetje, Bernard, heeft een grimas op z’n gelaat. Het lijken wel volwassen, gegroefde trekken, heel absurd boven een kinderlijke romp. Hij draagt een veel te grote Schotse muts, stevige schoenen, kousen tot z’n blote knieën.
Lacht hij, huilt hij?
Aangedaan ga ik het museum uit.
SINDS OPERATIE OVERLORD ZIJN ER WERELDWIJD VELE BLOEDIGE LOKALE OORLOGEN GEWEEST MAAR TOEN, DAAR IN NORMANDIË, GING HET VOOR HET LAATST SIMPELWEG OM GOED TEGEN KWAAD Buiten hangt…