Het is een licht bewolkte maandag als de politie de stoffelijke overschotten ontdekt van het echtpaar Pieter en Tae Hoovers, in een appartement, op tweehoog, aan de Amsterdamse Ceintuurbaan. De Amsterdamse agenten zijn gewaarschuwd door de moeder van Hoovers, die al sinds een dag geen contact meer heeft kunnen krijgen met haar zoon en zijn echtgenote. Urenlang blijft de politie binnen, waarbij men na verloop van tijd gezelschap krijgt van forensische specialisten, gekleed in witte pakken. Pas rond half elf die avond worden de twee slachtoffers naar buiten gedragen, beiden op een brancard, onder een zwart zeil, met hier en daar een uitstekend stuk verband als signaal dat het goed mis is. De leden van het forensische team – een jonge man en vrouw – ogen aangeslagen, vermoeid. Zweet parelt…