Het eerste wat ik zie als ik langzaam mijn ogen open: die enorme, intimiderende boom. Met lange takken vol scherpe, donkergroene stekels, dik als wurgslangen, die kronkelend hun schaduw werpen over de aangeharkte villatuinen.
Vlak voordat ze me kwamen halen, zat ik er ook al naar te staren. Ik stelde me voor hoe het zou zijn om in nood te zijn, maar alleen die boom als toevluchtsoord te hebben. Dat je omhoog moet klimmen, overal pijn hebt, bloed langs je lichaam voelt stromen. Maar je gaat toch.
Op dat moment kwam de verpleegster binnen.
Ik mocht zelf naar de behandelkamer lopen. In mijn blauwe badjas en op slippers. Net als een jaar en zes dagen geleden. Alles was hetzelfde. De automatische schuifdeur. Het operatiehemd, het schelle licht, de stijgbeugels, een…