Daar sta ik, rond middernacht, op een verlaten station, met betonnen borsten. De laatste trein naar Amsterdam rijdt voor mijn neus weg. Wat nu? Wat doe ik hier überhaupt, ik had allang thuis moeten zijn. Gelukkig zie ik verderop een collega die me naar de nachtbus loodst. Ik voel de opluchting – maar niet voor lang, want in die nachtbus vindt de afterparty plaats, compleet met beukende muziek, geduw en geschreeuw. Ik ben doodmoe, en bij elke drempel bang dat mijn melkborsten ontploffen. Nogmaals: wat de f#ck doe ik hier? Thuis ligt een baby van vijf weken, mijn hechtingen zijn er amper uit, en toch moest en zou ik naar dat bedrijfsfeest. Gewoon om me ‘eindelijk weer eens mezelf te voelen, zonder dikke buik of een baby aan de borst,’…
